Engels voor beginners
Als je net begint, hoef je geen film of podcast voor moedertaalsprekers te volgen. Eén korte, alledaagse zin is genoeg: luisteren, opschrijven, controleren. Makkelijk beginnen en elke oefening afmaken zorgt ervoor dat je zin houdt om door te gaan.
Begin met alledaagse onderwerpen
Op A1-niveau gaat het over jezelf voorstellen, familie en je dag, langzaam en duidelijk uitgesproken. Staan er veel onbekende woorden in een zin, leer ze dan eerst (wat ze betekenen en hoe ze klinken) en luister daarna opnieuw.
Gaan de A1-zinnen makkelijk, ga dan naar A2. Niveaus helpen je materiaal te kiezen; het is niet de bedoeling dat je bij het eerste blijft.
Je eerste routine
- Luister naar een zin en probeer te begrijpen waar hij over gaat.
- Luister nog eens en schrijf de woorden op die je herkent.
- Vergelijk met de tekst: was het een onbekend woord, of een bekend woord dat je niet herkende?
- Luister terwijl je de tekst leest en zeg de zin hardop na.
- Luister een laatste keer zonder tekst. Versta je hem nu? Dan heb je iets geleerd.
Maak je niet druk om kleine woorden
In het begin is het normaal dat je a, the of to niet hoort, en ook de uitgangen -s en -ed niet: die worden in het Engels heel snel uitgesproken. Je hoeft niet alle regels tegelijk te leren; je leert ze herkennen door te oefenen.
Heb je weinig tijd, doe dan de zin van de dag. Heb je meer tijd, doe een kort dictee. Het belangrijkste is dat je elke dag een beetje oefent.
Vragen van beginners
Kan ik een dictee doen als ik net begin met Engels?
Probeer A1-zinnen met woorden die je al kent, en leer daarnaast basiswoorden. Ken je bijna geen enkel woord in de zin, leer die woorden dan eerst.
Moet ik elke zin naar het Nederlands vertalen?
In het begin helpt het om te controleren of je het begrepen hebt, maar in het dictee schrijf je de zin in het Engels. Probeer bekende zinnen geleidelijk te begrijpen zonder te vertalen.